In een wereld die voortdurend verandert moet een ontwerper zich steeds weer kunnen verhouden tot nieuwe vragen. Het is niet genoeg een mooi product of ruimte te ontwerpen die iets zegt over vandaag. Vandaag is immers snel achterhaald. Met die snelheid van veranderingen moet de ontwerper op zoek gaan naar de grenzen van het bekende omdat het onbekende zich snel voordoet. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt om een andere ontwerper dan voorheen: werkend vanuit een onderzoekende en open houding.
IN_architecture stimuleert studenten daarom op zoek te gaan naar de grenzen van zichzelf en de grenzen van het vakgebied.
De studenten van de BA formuleren hun eigen afstudeeropgave met als doel vooruit te lopen op de vragen van morgen. Niet primair om vernieuwend te zijn maar te reageren op een nieuwe werkelijkheid.



Bianca Koerts
Wat blijft als alles verandert. Een montage van thuis in een wijk die langzaam transformeert.
In veel stedelijke vernieuwingen verdwijnt wat er was om plaats te maken voor iets nieuws. Verandering voltrekt zich snel, maar wat betekent dat voor wat niet zichtbaar is—voor verbondenheid, herinnering en het gevoel van thuis? Dit project stelt een andere benadering voor. Een wijk die niet in één keer wordt vervangen, maar zich langzaam ontvouwt in de tijd. Een proces waarin bewoners onderdeel blijven van hun omgeving, en verandering niet alleen plaatsvindt in ruimte, maar ook in beleving. Geïnspireerd door film wordt de wijk benaderd als een montage: een opeenvolging van momenten, overgangen en sferen. Geen vast script, maar een ruimtelijke choreografie waarin afscheid, beweging en terugkeer naast elkaar bestaan. Zo ontstaat een omgeving die niet alleen vernieuwt, maar ook ruimte laat voor wat blijft. Een plek waar verandering niet wordt opgelegd, maar kan worden ervaren.





Britt Geenen
Veilig de straat op
Mijn eerste aanvaring met ongewenst gedrag van mannen kan ik mij niet meer precies herinneren. Wat ik wel weet, is dat het niet bij een moment is gebleven. Ondertussen staan er tientallen situaties in mijn geheugen gebrand, allemaal kleine momenten die afzonderlijk onschuldig lijken, maar zich wel blijven opstapelen. Daardoor leerde ik, net zoals andere vrouwen, constant alert te zijn in openbare ruimtes. Niet uit keuze, maar uit noodzaak. Met ‘Veilig de straat op’ benader ik de sociale veiligheid van vrouwen in de publieke ruimte als een ontwerpopgave. Waarbij niet het gedrag van vrouwen, maar het ruimtelijk ontwerp centraal staat. Vanuit deze visie heb ik een handboek ontwikkeld dat ontwerpers ondersteunt bij het creëren van sociaal veiligere ruimtes. Het handboek combineert een ervaringsgerichte workshop, concrete richtlijnen en andere aanduidingmethodes, zodat sociale veiligheid structureel wordt meegenomen in het ruimtelijk ontwerp.



Chelsea Wartenbergh
Tussen beweging en stilstand
Tussen beweging en stilstand ontstaat een moment dat niet van jou is. Je bevindt je erin, maar hebt er geen grip op. Mijn werk draait om dat moment. Onmacht is een alledaagse ervaring die vaak wordt genegeerd, terwijl het voortdurend aanwezig is in hoe we ons door ruimtes bewegen. In deze installatie wordt dat gevoel ruimtelijk vertaald door transparantie, textuur en veranderende zichtlijnen. Soms oogt de ruimte open en helder, soms vervaagt het beeld en vertraagt je beweging. Zonder dat je het bewust doorhebt, pas je je voortdurend aan de ruimte aan. Door je niet direct te verzetten, maar mee te bewegen met wat er gebeurt, verschuift de manier waarop je de ruimte ervaart. Niet alles is controleerbaar of maakbaar. Juist in die spanning tussen overgave en weerstand wordt onmacht niet opgelost, maar voelbaar gemaakt als onderdeel van hoe je je beweegt en verhoudt tot de ruimte.



Dragan Koot
Waar lichaam en verbeelding elkaar ontmoeten
In mijn werk onderzoek ik mijn fascinatie voor verbeelding. Zolang ik me kan herinneren heb ik in mijn gedachten, fantasiewerelden gecreëerd. De laatste jaren word ik me steeds meer bewust van een afname van mijn verbeeldingskracht. Deze verandering zie ik ook bij anderen, dit breng ik in verband met de constante aanwezigheid van ons addendum: de mobiele telefoon.
In mijn afstudeerproject ben ik bezig met het maken van addenda, verlengingen van het lichaam die niet de verbeelding wegnemen zoals de mobiele telefoon, maar die juist de verbeelding reactiveren. Het zijn fysieke verlengingen, die doormiddel van veranderlijke zintuigelijke prikkels, de werkelijkheid anders laten ervaren. Op deze manier zal de gebruiker een verandering van perspectief ervaren. Niet om duidelijkheid te geven, maar die je even stil laat staan, om zo met een vernieuwde blik de wereld tegemoet te komen.



Elisa Bakhuis
Tussen
Het leven volgt vaak een vaste routine: van huis naar school of werk en weer terug. Door die dagelijkse herhaling kun je jezelf soms verliezen en minder bewust stilstaan bij wie je bent, wat je nodig hebt en waar je naartoe wilt. Hierdoor kan een gevoel van sleur en onzekerheid ontstaan. Die sleur kan doorbroken worden door kleine momenten van verandering in de dag. Momenten waarop je even uit de routine stapt en ruimte krijgt om te reflecteren, te rusten of simpelweg niets te hoeven. Deze momenten noem ik het ‘tussen’. Omdat iedereen andere behoeftes heeft, ontwierp ik ‘parasieten’: toevoegingen aan openbare gebouwen die flexibel te gebruiken zijn. Ze bestaan uit beweegbare en rekbare elementen waarmee mensen kunnen schrijven, tekenen of ontspannen. Zo verandert een dagelijkse route in een plek voor aandacht, rust en bewust aanwezig zijn.




Fenne de Boer
Wie ben ik?
Zolang ik me kan herinneren, heb ik geprobeerd overal bij te horen. Ik paste me aan anderen aan en stelde hun verwachtingen vaak boven mijn eigen behoeften. Nee zeggen voelde geen optie, uit angst voor afwijzing. Door bewust te reflecteren op mijn gedrag en keuzes, besefte ik hoe belangrijk zelfbewustzijn is voor mijn identiteit en hoe ik relaties vormgeef.
Elke stoel is een fysieke vertaling van een stap binnen dit proces. Door middel van materiaal, vorm en houding onderzoek ik mijn zelfbewustzijn. Sommige stoelen dwingen een houding af en maken de gebruiker bewust van controle en aanpassing, terwijl andere juist ruimte bieden voor ontspanning en reflectie.
De stoelen maken mijn zoektocht naar grenzen en identiteit tastbaar. Ze functioneren niet alleen als gebruiksobject, maar als middel om bewustwording te creëren en de relatie tussen lichaam, gedrag en omgeving te ervaren.



Havva Woldendorp
The pursuit of freedom
Als ontwerper fascineert vrijheid me: hoe kan ruimte ons een gevoel van vrijheid geven? Vrijheid bevindt zich voor mij tussen twee uitersten. Aan de ene kant staat “veilige vrijheid”: een vorm van vrijheid met structuur, bescherming en houvast. Aan de andere kant staat “roekeloze vrijheid”, waarin het onbekende, onvoorspelbare en ongecontroleerde centraal staan. In dit park ontwerp ik een omgeving die bezoekers uitnodigt risico’s te nemen: ontdekken, klimmen, springen en het innemen van elkaars ruimte. Het park bestaat uit tien fases waarin de spanning tussen veilige en roekeloze vrijheid steeds verder oploopt. De interactie tussen gebruikers en ruimte wordt intenser, totdat beide vormen van vrijheid recht tegenover elkaar komen te staan. Zo ontstaan spanningsvelden tussen controle en loslaten, veiligheid en risico. Het ontwerp maakt bezoekers bewust van hoe vrijheid aanvoelt en hoe zij zich daartussen bewegen.



Isa van der Heijden
Assemblage
We leven in een systeem waarin spullen hun waarde razendsnel verliezen en alles vervangbaar lijkt. Ons consumptiegedrag heeft geleid tot een wegwerpmaatschappij waarin problemen worden verschoven naar andere plekken, buiten ons zicht. Dit systeem is uiteindelijk niet houdbaar en vraagt om een grondige herziening. In mijn afstudeerwerk onderzoek ik alternatieven voor onze lineaire logica van produceren, gebruiken en afdanken. Mijn uitgangspunt is een onderdeel van de theorie van Manuel DeLanda die stelt dat materiaal nooit verdwijnt, maar voortdurend van vorm en toepassing verandert. Ik onderzoek op systematische en experimentele wijze de mogelijkheden en kwaliteiten van spullen en materialen die in mijn eigen omgeving worden weggegooid, en hoe deze reststromen via transformatie en herinterpretatie tot nieuwe toepassingen kunnen leiden. Mijn werk is een kritische reactie op het huidige systeem van produceren en consumeren, en biedt een alternatieve zienswijze op hoe wij hiermee omgaan.



Jara Kras
Buiten beeld maakt zichtbaar en ervaarbaar wat we liever vermijden.
Buiten Beeld onderzoekt hoe spanning, beweging en fragmentatie onze ervaring van ruimte beïnvloeden. In een samenleving waarin snelheid, comfort en duidelijke standpunten domineren, ontstaat steeds minder ruimte voor twijfel, vertraging en het ontmoeten van andere perspectieven. Juist dat ongemak kan ons opnieuw bewust maken van onze omgeving en van elkaar. De installatie op het Sint Jakobsplein bestaat uit twee ruimtelijke fragmenten die nooit volledig tegelijk zichtbaar zijn. Zichtlijnen worden onderbroken, verschoven en opnieuw gekaderd, waardoor geen direct overzicht ontstaat. Pas door te bewegen tussen beide delen ontvouwt de ruimte zich en ontstaat samenhang. Het ontwerp maakt spanning zichtbaar en ervaarbaar. De bezoeker wordt uitgenodigd te vertragen, te zoeken en zich actief tot de ruimte te verhouden. Niet één perspectief staat centraal, maar de ervaring dat verschillende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan.



Jasmijn Pronk
Leven in een compositie
Dit project is ontstaan vanuit de ervaring dat muziek onze waarneming kan verschuiven en heeft geleid tot een meubel als ruimte. Het meubel, bestaande uit een tafel, stoel en lamp die geïntegreerd zijn in een muur, functioneren niet alleen als losse objecten, maar als een samenhangend geheel waarin onderlinge verhoudingen centraal staan. Mijn auteurschap benadert ruimte vanuit muzikale principes. Muziek kenmerkt zich door wat zij teweegbrengt, voortgebracht uit een samenspel van spanning, ritme, harmonie en dynamiek, wat ik vertaal naar een ruimtelijkheid die niet statisch aandoet, maar zich ontvouwt door de tijd heen. Het meubel vormt zo een pauze in de dagelijkse routine. Het nodigt uit tot vertraging en bewuste waarneming. Het meubel is niet alleen functioneel, maar creëert een ervaring waarin de diepere, moeilijk te benoemen werking van muziek ruimtelijk waarneembaar is.



Laurien Booij
Het kan wél: van uitzondering naar uitgangspunt.
In Nederland leeft zes op de tien mensen met een zichtbare of onzichtbare beperking. Toch wordt de gebouwde omgeving nog vaak ontworpen voor de ‘normale’ mens: iemand die zonder moeite kan zien, horen, lopen en navigeren. Hierdoor wordt een grote groep mensen niet als uitgangspunt genomen, maar als uitzondering.
Toegankelijkheid en inclusiviteit gaan verder dan het voldoen aan meetbare eisen of het toevoegen van technische oplossingen. Een ontwerp is pas echt toegankelijk en inclusief voor mensen met een fysieke beperking als ze zich erdoor gezien voelen. Dat betekent ontwerpen vanuit verschillende manieren van waarnemen, bewegen en ervaren, vanaf de eerste penstreep op papier.
Deze visie vormde het uitgangspunt voor een zintuigelijk museum op Ameland, waar elementen van het eiland die niet vanzelfsprekend toegankelijk zijn, via zintuigen ervaarbaar worden gemaakt. Niet door beperkingen op te lossen, maar door ze als vertrekpunt voor het ontwerp te nemen.



Lilian Osinga
Handelen om thuis te zijn
Op mijn reis door Zuidoost-Azië ontdekte ik dat thuisgevoel niet alleen aan een huis verbonden is, maar ontstaat door kleine vertrouwde handelingen. Zelfs het steeds op dezelfde manier inpakken van mijn tas gaf mij houvast op onbekende plekken. Nu ik terug ben, val ik weer in een vast ritme dat weinig ruimte laat voor bewust handelen. Wat eerder houvast gaf, dreigt nu juist afstand te creëren. We leven in dozen die we huizen noemen, maar zelden afgestemd op wie we zijn of hoe we bewegen. In plaats van ruimtes te ontwerpen als vaste structuren, zie ik ze als dragers van rituelen. Thuis wordt daarmee geen statische plek, maar een verzameling bewegingen die zich herhalen en vertrouwd raken. Door deze handelingen te vertalen naar ontwerp, ontstaat er een thuis die meebeweegt met het lichaam en haar gewoontes.




Lynn van Zweden
Vergankelijkheid.
Vergankelijkheid is een thema dat mij tijdens de opleiding steeds meer is gaan fascineren. Niet alleen binnen architectuur, maar ook in de manier waarop materialen leven, verouderen en betekenis dragen. Niets is blijvend; alles verandert, veroudert en verdwijnt uiteindelijk. Terwijl architectuur vaak gericht is op levensverlenging, onderzoek ik juist de waarde van verval, loslaten en sterfelijkheid. Vanuit die gedachte ontwierp ik een nieuwe invulling voor de voormalige Senzora-fabriek in Deventer. In plaats van het industriële pand glad te strijken, behoud ik juist de sporen van tijd, zoals roest, slijtage en verweerde materialen. Het gebouw biedt ruimte voor afscheid, herdenking en verstilling. Via een rouwroute van stalen roestplaten worden de kistdragers langzaam het gebouw binnengeleid, terwijl licht een bijna sacrale sfeer creëert. Naast zwaarte bevat het ontwerp ook ironische en absurde elementen die de dood relativeren. Memento mori.



Mandy Brouwers
Waar licht en reflectie, beleving wordt.
In een maatschappij waarin de druk om te presteren groot is, worden momenten van rust steeds schaarser. Daarom geloof ik in het belang van ruimtes die uitnodigen tot vertraging en bewustwording. Plekken die niet alleen functioneel zijn, maar ook bijdragen aan mentaal welzijn. Mijn auteurschap draait om licht, reflectie en verwondering. Verwondering zie ik als een moment waarop je even loskomt van de dagelijkse routine. De wereld lijkt te vertragen, waardoor je bewuster wordt van ruimte, sfeer en je eigen gevoel. Water speelt hierin een belangrijke rol, waarbij zwemmen centraal staat als ervaring. Het brengt rust in het lichaam en geeft tegelijkertijd nieuwe energie, waardoor je loskomt van de dagelijkse hectiek. Deze visie vormt de basis van mijn wellnessontwerp in de IJsselcentrale in Zwolle. Door het samenspel van daglicht, reflectie en ruimte ontstaat een omgeving die uitnodigt tot vertraging, beleving en verwondering.



Marrit van de Vijver
Architectuur van het Wisselende Verlangen.
Dit ontwerp onderzoekt hoe architectuur ruimte kan bieden aan het veranderlijke gevoel verlangen: een diep, innerlijk en vaak melancholisch gevoel dat niet eenvoudig kan worden vervuld of opgelost. Vanuit een persoonlijke ervaring van de wisselende behoefte om zowel met anderen te zijn als alleen, ontstond de centrale vraag van dit ontwerp: hoe leef je samen en apart?
Het ontwerp van het woongebouw is ontstaan door ruimtes met verschillende gradaties van intimiteit in kaart te brengen. Op basis hiervan zijn bewust vormgegeven overgangen tussen privé en publiek ontworpen, waardoor plekken ontstaan die zowel ontmoeting als afzondering mogelijk maken en zo bijdragen aan sociaal leefbare woonruimte. De grens tussen deze ruimtes wordt soms benadrukt en soms verzacht. In deze overgangen ervaart de bewoner een moment van verlangen, waar het gevoel ontstaat tegelijk hier en daar te willen zijn, met anderen en alleen.



Puck van Rosmalen
Bewust Buren
Mist u ook weleens het vriendelijk gegroet worden door uw buren? Of met de bakker een praatje maken en vragen of haar kleinkind al geboren is? Misschien mist u net als ik het samen lachen met wildvreemde op een terras als er wat grappigs gebeurt op de gracht. Die kleine interacties vallen naar mijn idee steeds meer weg.
Door middel van mijn ontwerp wil ik mensen weer uitnodigen contact te leggen met hun buren en hun directe gemeenschap. Ik wil sociale interacties faciliteren zodat het binnen de maatschappij uit kan groeien tot sociale cohesie. Waarbij mensen zich om elkaar bekommeren, maar ook grenzen kunnen stellen. Waarbij het ontwerp ervoor zorgt dat je met voor jou al bekende mensen koffie gaat drinken, maar het ook uitnodigt om met nieuwe mensen een kopje koffie te nemen.




Roos-Marie Wobbes
Dragers van Tijd.
Gebouwen zijn voor mij geen statische objecten, maar levende dragers van herinneringen. In mijn ontwerpmethode onderzoek ik hoe gebruikerssporen de geschiedenis van een plek zichtbaar maken en richting geven aan nieuwe ingrepen. Voor mijn afstudeerproject analyseer ik het EMG-gebouw in Groningen, een industrieel gebouw waarin verschillende tijdslagen van gebruik, productie en verval samenkomen. Door middel van fotografie, tekeningen, materiaalstudies en observaties onderzocht ik slijtage, verkleuringen, brandschade en dichtgemetselde doorgangen. Deze sporen zie ik niet als imperfecties, maar als tekenen van menselijke handelingen en verandering door de tijd heen. Nieuwe architectonische ingrepen ontstaan vanuit het bestaande gebouw en vormen een volgende laag binnen het geheel. Mijn ontwerp richt zich daarom niet op het uitwissen van het verleden, maar op het zichtbaar en ervaarbaar maken ervan. Zo ontstaat architectuur waarin oud en nieuw met elkaar in dialoog blijven.



Sien Hoogendoorn
Het is maar hoe je het bekijkt!
Ik zie de wereld als een verzameling van composities die je niet in één oogopslag kunt vatten. Een doorkijk, een schaduw, een nieuw perspectief. Het prikkelt mij om op een andere manier naar de omgeving te kijken. Dit zie ik als spel, een houding waarin je de wereld met een open blik benadert. Om mij heen zie ik een sterke drang naar begrijpbaarheid, controle en productiviteit. Alles moet betekenis hebben; alles moet iets zijn. Maar waarom? Wat blijft er over als het bekende er niet meer is? Wat als we toestaan dat dingen gewoon zijn, zonder een direct doel? Als reactie op deze vraag ontwierp ik een stijlkamer. Een artistieke verkenning van hoe we ons anders tot onze omgeving kunnen verhouden. De objecten en de ruimte nodigen uit om te spelen en de vanzelfsprekendheid van de dingen te bevragen.


Stanislas Minnebois
Orde versus Chaos.
Ik richt mij op de overgang van chaos naar orde en de invloed daarvan op de mens. In de huidige samenleving worden we voortdurend blootgesteld aan prikkels, geluiden en drukte. Chaos is onvermijdelijk, maar door structuur en ordening aan te brengen kan rust ontstaan. Vanuit die gedachte ontwierp ik een ruimte waarin bezoekers deze transformatie fysiek ervaren. De ruimte is gevuld met meerdere geluiden die samen een chaotische sfeer vormen. Wanneer bezoekers plaatsnemen aan mijn ontworpen meubels verandert die ervaring. De lamp speelt hierin een centrale rol: door de lampenkap naar de gebruiker te richten, wordt één specifiek geluid versterkt en ontstaat er focus binnen de chaos. Ook de tafel draagt bij aan deze ordening, doordat er slechts op vaste plekken gezeten kan worden. De stoel sluit hierop aan en is ontworpen met minimale materialen, wat zorgt voor een industriële en minimalistische uitstraling. Zo wordt orde voelbaar binnen een chaotische omgeving.


Xander Willemsen
Gesproken/ Hoe praat een ruimte?
De irritatie over de maatschappelijke focus op geld, efficiëntie en winst gebruik ik als drijfveer voor het ontwerpen van een architectonisch rijtjeshuis. Door deze waarden wordt afbreuk gedaan aan de menselijke ervaring. We leven in ruimtes, bewegen erdoorheen en worden er constant door beïnvloed.
Een ruimte kan praten, niet met woorden, maar op een manier die je voelt in je lichaam. Die communicatie is een constante lijn in ons leven. Ruimtes beïnvloeden hoe we ons voelen en bewegen. Daarom is het jammer dat de bebouwde omgeving ons niets meer lijkt te zeggen en er een laag mist voor waardering, emotie en geluk.
Door het ontwerpen van een woning voor mijzelf onderzoek ik hoe een ruimte praat en hoe we ernaar luisteren, een testomgeving waarin ik het gesprek aanga. Die inzichten heb ik op het rijtjeshuis toegepast. Zo wordt een persoonlijke zoektocht een uitnodiging om de ruimte opnieuw te voelen.




Yvon Meeuwsen
Weerklank
De saxofoon is mijn middel om gedachten en gevoelens te kunnen delen. Het mengt zich met de melodieën van de andere instrumenten, van individuen tot één krachtige stroom van energie. Onze energie vermengt zich met dat van het publiek. Er ontstaat een gevoel van eenheid, mensen die elkaar wel of niet kennen, verbonden door muziek. Een magisch moment. Dit is wat ik versta onder resonantie.
Als ontwerper onderzoek ik of resonantie ook in ruimtelijk opzicht kan worden gestimuleerd. Dit onderzoek ik mede door 1 op 1 te bouwen en een persoonlijk archief samen te stellen. In dit archief analyseer ik projecten die mij wel of geen resonantie laten ervaren, waaruit een overzicht ontstaat van elementen die resonantie zouden kunnen stimuleren. Uit deze elementen is een ruimtelijk experiment voortgevloeid, waarmee ik wil onderzoeken of resonantie kan worden gestimuleerd bij haar bezoekers.





Zoë Bakx
INCLUSIEF PLEIN ALS ADAPTIEVE RUIMTE
Iedereen beweegt zich door de ruimte vanuit een eigen lichaam, cultuur, leeftijd en levenservaring. Daardoor verschilt het idee van ‘normaal’ per persoon. Juist die verschillen bieden kansen om van elkaar te leren wanneer mensen elkaar daadwerkelijk ontmoeten. Gedeelde ruimtes kunnen hierin een belangrijke rol spelen, maar in de praktijk ontstaan zulke ontmoetingen niet vanzelf. In Zwolle leven bewoners van de Schildersbuurt en het Noordereiland door sociaaleconomische verschillen vaak langs elkaar heen. Daarnaast ontbreekt een plek waar mensen zonder consumptieplicht kunnen verblijven. Het verblijfsplein is ontworpen om deze afstand te verkleinen en ontmoeting laagdrempelig mogelijk te maken. Het plein bestaat uit drie ruimtelijke situaties: verblijven, activiteiten en doorstroom. Door functies te combineren en mensen letterlijk in elkaars route te plaatsen, stimuleert het ontwerp spontane interactie. Zo ontstaat een publieke plek waar verschillen zichtbaar worden en ontmoeting centraal staat.



Zoë Clemes
Pad van Stilte.
In een wereld vol snelheid, prikkels en voortdurende afleiding groeit het verlangen naar stilte. Stilte betekent hier niet alleen de afwezigheid van geluid, maar een gevoel van vertraging, aandacht en bewust aanwezig zijn. Vanuit dat verlangen ontwierp ik drie stilteplekken op een natuurbegraafplaats in een open heidelandschap. Door de compositie en spreiding van de plekken ontstaat een ritme van beweging en stilstand, waarin bezoekers vanzelf vertragen en bewuster gaan waarnemen. Elke plek draagt een eenvoudige handeling: een bloem neerleggen, water wegspoelen of je afzonderen in een kapel. Kwetsbare materialen, zoals dun papier dat beweegt met de wind en langzaam vergaat, versterken het gevoel van vergankelijkheid en verstilling. De ontwerpen schreeuwen niet, maar fluisteren zachtjes, waardoor ruimte ontstaat voor herinnering, reflectie en een stilte waarin je opnieuw werkelijk aanwezig kunt zijn.




























































































































































































































































































































































































































